FAQ: vraag 11

Wat is het project-MER Oosterweel, en wat is de link met het werk van de 6 ontwerpteams? 

“De varianten die onderzocht worden in de project-MER leidden tot ruimtelijke optimalisaties, die meegenomen zijn in het ontwerpproces.”

Het project-MER Oosterweel onderzoekt de milieu-impact van verschillende varianten van de Oosterweelverbinding. Dit project-MER is een verplichte stap voor de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de Oosterweelverbinding.

Naast het initiële ontwerp voor de Oosterweelverbinding van BAM, worden ook andere varianten onderzocht met minder ruimtelijke impact. Dat betekent dat vandaag nog niet vaststaat hoe de Oosterweelverbinding er zal uitzien. De ontwerpteams gingen bij de start van hun opdracht in september 2017 uit van het BAM-ontwerp, dat uitgaat van tunnels voor doorgaand verkeer. Zoals afgesproken in het Toekomstverbond werden er uitvoeringsvarianten bestudeerd die samenhangen met een gereduceerde capaciteit van de kanaaltunnels tussen het Oosterweelknooppunt en de Antwerpse Ring. Het onderzoek van de verschillende mogelijke varianten leidde al tot ruimtelijke optimalisaties in het werk van de teams. Ook nieuwe inzichten uit het project-MER zullen worden meegenomen in het verdere ontwerpproces.

Naar aanleiding van het project-MER wordt ook onderzocht hoe de aansluitingen van de Oosterweelverbinding op de Ring ter hoogte van het Sportpaleis en de Groenendaallaan geoptimaliseerd kunnen worden. De project-MER-procedure loopt nog tot najaar 2018.

Het project-MER Oosterweel in detail

De ‘Milieueffectrapportage’ is een onderzoek naar de mogelijke milieugevolgen van bepaalde activiteiten of ingrepen (projecten, plannen, beleidsvoornemens of programma’s). Een milieueffectrapport (MER) wordt opgemaakt vóór de projecten of plannen worden uitgevoerd. Zo kunnen schadelijke effecten voor het milieu worden ingeschat en opgevangen. Een ‘project-milieueffectrapport’ (project-MER) wordt opgemaakt alvorens een vergunning voor de mogelijk schadelijke activiteiten wordt verleend. In de richtlijnen bepaalt de Dienst MER wat onderzocht moet worden in een MER en op welke wijze dit onderzoek moet worden uitgevoerd. Zo wordt in de richtlijnen onder andere bepaald welke alternatieven en uitvoeringsvarianten voor het beoogde project op een evenwaardige wijze worden onderzocht op hun milieu-impact.

Een MER is een informatief document en geen beslissingsinstrument. De beslissing van de bevoegde overheid over het al dan niet toelaten of vergunnen van het project, houdt niet alleen rekening met het leefmilieu, maar ook met andere elementen (o.a. sociale, economische en technische belangen) en met openbare inspraak. Toch hebben de vergunningverlenende overheden of andere besluitvormers voor bepaalde plannen en programma’s een motiveringsplicht als ze een beslissing nemen die niet strookt met de vaststellingen uit het MER. Tijdens het openbaar onderzoek in het kader van de vergunningsprocedure of het planbesluitvormingsproces kunt u als burger bezwaren formuleren. U kunt het MER dan gebruiken om uw opmerkingen te onderbouwen.

Na het afsluiten van het Toekomstverbond gingen de initiatiefnemer BAM, burgerbewegingen, stad Antwerpen en Vlaamse Overheid in onderling overleg na of het aangewezen was om het lopende project-MER Oosterweelverbinding uit te breiden met enkele bijkomende alternatieven en uitvoeringsvarianten. Dit heeft ertoe geleid dat BAM, als initiatiefnemer van het MER, bijkomende alternatieven en varianten heeft voorgesteld aan de dienst MER. Deze varianten en alternatieven gaan uit van een ambitieuze modal split van 50/50 in de ruime Antwerpse regio en van een doorgedreven sturing van het verkeer, meer bepaald om doorgaand verkeer maximaal om te leiden rond de stad en de R1 in te richten voor stadsregionaal verkeer, stedelijk en bestemmingsverkeer.

Alternatieven en varianten die in deze context geformuleerd werden en die verder onderzocht zullen worden zijn o.a.:

Binnen de geschetste context zullen tevens de aansluitingen naar het onderliggend wegennet kritisch geëvalueerd worden. Opportuniteiten voor het hertekenen van de aansluitingen en voor ruimtelijke optimalisaties met inbegrip van het verleggen van de aansluitingen, verkleinen/schrappen van tunnelopeningen, de reductie van de capaciteit door het schrappen van rijstroken, het sluiten van op- en afritten of het schrappen van een knooppunt zullen geëvalueerd worden op hun redelijkheid. Dit betreft in het bijzonder: Oosterweelknoop (Noordkasteel), knoop Groenendaallaan, Hollandse knoop, Schijnpoort.

Voor de redelijk bevonden alternatieven en varianten moet ook nagegaan worden of er redelijke uitvoeringsvarianten zijn, bijvoorbeeld in de bouwmethode van de tunnels. In het bijzonder zal nagegaan worden of het niet-gestapeld aanleggen van de kanaaltunnels en boortunnelvarianten redelijke uitvoeringsvarianten zijn.

De MER-deskundigen hebben een studiebureau aangesteld dat deze bijkomende alternatieven verder kan uitwerken. BAM heeft eveneens de nodige capaciteit om ontwerpvragen te behandelen. Op deze wijze kunnen alle alternatieven op een voldoende niveau ontworpen worden om hun effecten correct te kunnen ramen binnen het MER. De ontwerpen van de alternatieven zullen aan de werkbank besproken worden, waarbij de burgerbewegingen suggesties kunnen doen om de ontwerpen zo dicht mogelijk te doen aansluiten bij de bekommernissen die aan de grondslag lagen van het formuleren van de wenselijkheid om bijkomende alternatieven te bestuderen.

Bij het bepalen van de milieu-impact zal eveneens worden uitgegaan van het zogenaamde Toekomstverbond-scenario. Dit betekent dat men voor bovenvermelde alternatieven en varianten zal onderzoeken wat hun milieu-impact is wanneer we een 50/50 modal split in de stadsregio Antwerpen kunnen realiseren en wanneer er een Haventracé is voor het doorgaand verkeer.

Zoals in de inleiding aangegeven is dit project-MER een informatief document en geen beslissingsinstrument. De milieueffecten worden door erkende en onafhankelijke deskundigen volgens een afgesproken methodologie in kaart gebracht. Op basis van deze informatie over de te verwachten effecten van het project en redelijke alternatieven en varianten voor het project kan de bevoegde overheid goed geïnformeerd een beslissing nemen over een vergunningsaanvraag. Zonder afbreuk te doen aan de onafhankelijkheid van de MER-deskundigen zal er regelmatig overleg zijn aan werkbanken om de tussentijdse resultaten van hun studie te bespreken. Daarbij zullen externe deskundigen uitgenodigd worden. Dit moet toelaten om zo nodig de inzichten van de MER-deskundigen te voeden met bijkomende kennis van het terrein. Zo zal een black box benadering vermeden worden en thema’s (zoals perimeterberekening van gezondheidseffecten e.d.) die door de burgerbewegingen werden ingebracht in de tabel waarop de aanvullende MER-richtlijnen zijn gebaseerd kunnen ontwikkeld worden.

De link tussen het project-MER Oosterweelverbinding en de ontwerpopdrachten

Momenteel loopt het onderzoek in het kader van het project-MER Oosterweelverbinding en worden bovenvermelde alternatieven en varianten onderzocht. Dit onderzoek was bij de start nog onvoldoende ver gevorderd om als basis te kunnen dienen voor de ontwerpopdrachten. Het door BAM voorgestelde ontwerp voor de Oosterweelverbinding was op dat ogenblik daarentegen wel reeds voldoende ver uitgewerkt om als basis te kunnen dienen voor de ontwerpteams. De keuze om te starten op basis van de ontwerpen die BAM reeds maakte was dan ook in de eerste plaats ingegeven vanuit de zorg om voor alle deelzones zo snel mogelijk de ontwerpteams aan het werk te zetten. Ondertussen werden een aantal nieuwe inzichten uit dit onderzoek reeds meegenomen door ontwerpteams. Zo heeft bijvoorbeeld het team Noord een invulling uitgewerkt voor de grotere overkapping aan de Oosterweelknoop.

Bij verdere optimalisaties met minder ruimtelijke impact kunnen zullen de ontwerpen van wat er bovenop de kap komt dus nog wijzigen.

terug naar het overzicht